Nieuws

Kleine havens, grote opgave: experts zoeken samen naar beleid voor een eerlijke transitie

Hoe kunnen kleine en middelgrote havens bijdragen aan een eerlijke transitie binnen de planetaire grenzen? Daarover ging de beleidsworkshop die One Planet Port op 18 september aan de TU Delft organiseerde, samen met PortCityFutures en het Europese onderzoeksnetwerk COST Action PACT. De deelnemers in Delft namen kennis mee van uiteenlopende havens, onder meer uit Puglia in Italië, Scheveningen en de havens van Lissabon en Sines in Portugal. Online sloten onder anderen deelnemers aan uit Syrië, India, Algerije, Turkije, Griekenland, Nederland, Spanje, Polen en het Verenigd Koninkrijk.

De aanleiding: transitiebeleid richt zich vooral op de grote havens, terwijl ook kleinere havens een rol spelen. De nieuwe Europese havenstrategie erkent dat. Neem Moerdijk. Klein is die haven allerminst, maar ze ligt wel in de schaduw van de gigantische Rotterdamse haven. Het Havenbedrijf Rotterdam heeft te weinig ruimte en zit vast aan oude contracten, onder meer met fossiele bedrijven (SOMO). Daarom laat het een deel van zijn energie-infrastructuur, bijvoorbeeld voor ammoniak, bouwen in nabijgelegen havens zoals Moerdijk. Daar drijft de industriële uitbreiding inwoners weg. Zonder betere besluitvorming dreigen onrechtvaardigheden uit het verleden zich te herhalen.

Alankrita Sarkar, Yvonne van Mil (PortCityFutures, TU Delft) en Maëlle Salzinger (One Planet Port, TU Delft) openden de workshop. Renata Costa en Sofia Morgado van COST Action PACT vertelden over energierechtvaardigheid in Lissabon en Sines. Ze lieten zien dat de kosten van de transitie onevenredig bij kwetsbare bewoners terecht kunnen komen als beleidsmakers daar niet op anticiperen. Daarna werkten drie groepen aan beleidsaanbevelingen over circulaire economie, rechtvaardige transitie en bestuur. Ze keken daarbij steeds naar de relaties tussen havens, sociale rechtvaardigheid en de planetaire grenzen.

De groep circulaire economie werd begeleid door Maurice Jansen (Erasmus Universiteit), Tanner Tuttle (One Planet Port) en Yvonne van Mil. De groep wil van kleine havens het anker maken van een lokaal circulair cluster. Ze bespraken een pilot, geïnspireerd op de Transition Towns-beweging. Ook wil de groep de materiaalstromen door de haven zichtbaar maken, zodat circulaire normen af te dwingen zijn. De groep rechtvaardige transitie, onder leiding van Lukas Höller, Mila Avellar Montezuma, Renata Costa en James Brandon, stelt een observatorium voor dat meetgegevens combineert met de ervaringen van omwonenden. Daarnaast moeten vervuilende schepen meer havengeld betalen, met de opbrengst voor de wijken die de lasten dragen. Maëlle Salzinger en Silvia Sivo begeleidden de bestuursgroep, die wees op versnipperd bestuur. Besluiten over de transitie vallen in Brussel, Den Haag of de provincie, zonder goed zicht op wat ze betekenen voor natuur, banen en welzijn rond kleine havens. De groep wil daarom verplichte burgerparticipatie bij grote transitiebesluiten, en transitieplannen die havenbedrijven en gemeenten samen opstellen.

De rode draad: lokale gevolgen moeten zwaarder meewegen in besluiten die hogerop worden genomen. Kleine havens vervullen vaak essentiële functies voor omwonenden. Ze zorgen voor voedselaanvoer, maken mobiliteit mogelijk (denk aan de Griekse eilanden) en bieden werk. Sociale en ecologische risico’s moeten daarom vóór transitiebesluiten in kaart worden gebracht, niet erna. De aanbevelingen zullen verwerkt worden in de volgende beleidsnota van One Planet Port en PortCityFutures.

Nieuws