Nieuws

One Planet Port in gesprek met de Europese Commissie: klimaatadaptatie vraagt om een systemisch kompas

Hoe bereiden de Europese Atlantische havens zich voor op een veranderend klimaat? Daarover spraken op 19 oktober zo’n twintig deelnemers in Brussel. Vertegenwoordigers van de Europese Commissie (DG MARE, DG MOVE en CINEA), Atlantische havenbedrijven en de wetenschap gingen met elkaar aan tafel. De bijeenkomst werd georganiseerd door Pijler I van het Atlantic Action Plan, Ports as Gateways and Hubs for the Blue Economy. Ook vertegenwoordigers van de havens van Vigo, Lissabon en HAROPA (Le Havre-Rouen-Parijs) en van de Europese havenorganisatie ESPO schoven aan. Maëlle Salzinger (One Planet Port, PortCityFutures) presenteerde samen met Carola Hein (PortCityFutures, TU Delft) en Tanner Tuttle (One Planet Port).

Het Atlantic Action Plan (AAP) is de uitwerking van de Atlantische maritieme strategie van de EU (2011). Marta Pascual (Spaanse National Hub van het AAP) presenteerde de huidige versie, het Atlantic Action Plan 2.0 uit 2020. Dat plan wil het potentieel van een duurzame blauwe economie in het Atlantische gebied benutten, en tegelijk mariene ecosystemen beschermen en bijdragen aan klimaatadaptatie en -mitigatie. Het is een samenwerking tussen de vier Atlantische lidstaten: Frankrijk, Ierland, Portugal en Spanje.

Aanpassing is dringend nodig. EU-havens verwerken 74 procent van de buitenlandse handel van de EU. Tegelijk staat 95 procent van de havens bloot aan meerdere natuurrisico’s, en 70 procent heeft nu al operationele problemen door klimaatverandering, tegenover 41 procent in 2018. Pijler I ontwikkelde een methodologische handleiding voor klimaatadaptatie, speciaal voor kleine en middelgrote havens. Gerardo Gonzalez (Havenautoriteit van Vigo) presenteerde die. De handleiding helpt havens in kaart te brengen welke infrastructuur kwetsbaar is en welke instrumenten nog ontbreken.

One Planet Port en PortCityFutures maakten de discussie breder: havens kunnen zich niet los van hun omgeving aanpassen. Havens zijn zowel deel van het probleem als van de oplossing voor klimaatverandering en ecologische ontwrichting, en wat ze doen heeft gevolgen voor hele steden en regio’s. Wetenschappers waarschuwen dat onze leefomgeving onomkeerbaar instabiel en onveilig kan worden als we ecologische kantelpunten overschrijden, bijvoorbeeld door het verlies van koraalriffen. Dan kan de mensheid zich niet meer aanpassen, maar alleen nog proberen te overleven.

Het Planetaire Grenzen-kompas van One Planet Port stuurt beslissers in havensteden weg van halve oplossingen en schijnoplossingen. Het laat oplossingen zien die de overschrijding van de planetaire grenzen terugdraaien en tegelijk de samenleving op lange termijn weerbaarder maken. Het kompas toont wat er gebeurt als je je slechts op één grens richt: de schade kan dan verschuiven naar andere grenzen, bijvoorbeeld van klimaat naar stikstof en water. Blauwe ammoniak, CO₂-afvang en -opslag (CCS) en LNG zijn voorbeelden van zulke schijnoplossingen, die bovendien tot een fossiele lock-in lijken te leiden.

Het kompas waarschuwt ook tegen eenzijdig inzetten op efficiëntie: de uitstoot van de scheepvaart is gestegen met 9,6 procent, ondanks flinke efficiëntiewinst (Seas at Risk, 2023). One Planet Port raadt beleidsmakers daarom aan eerst de hefbomen met de meeste impact in te zetten: vraagreductie bij bedrijven, windondersteunde schepen, elektrificatie van havens en scheepvaart, en herstel van natuur die CO₂ vastlegt zoals wetlands, slikken en kwelders. Vraagreductie in de industrie is een krachtige manier om de energiebehoefte te verlagen. Dan hoeven stroomnetten minder te worden uitgebreid, zijn er minder mineralen voor batterijen nodig en hoeven er minder alternatieve brandstoffen te worden geproduceerd. Deze hefboom dwingt ons ook opnieuw te bekijken waar energie het best voor kan worden gebruikt: voor activiteiten die mensen, gezondheid en blijvende banen ten goede komen.

Haven-stadsymbiose voegt daar een belangrijk punt aan toe: havens zijn afhankelijk van de steden en gebieden om hen heen en hebben lokaal draagvlak nodig. De maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan en ons eraan aan te passen, zullen steden, energie en werk ingrijpend veranderen. Dat hoort een democratisch proces te zijn, waarin burgers invloed hebben op de besluiten die hun leven raken. Samen moeten we bepalen wat een transitie rechtvaardig maakt.

One Planet Port en PortCityFutures lieten zien hoe dit in de praktijk kan. Voorbeelden zijn het burgerwetenschappelijk onderzoek naar ultrafijnstof in Right to Breathe en een Rotterdam Flows Observatory dat opnieuw bekijkt wat we verschepen. Daarnaast presenteerden we de Port City Atlas, die laat zien hoe havens hun omgeving vormgeven, en de beleidsworkshop over kleine havens, die laat zien wat kleine havens in de transitie kunnen betekenen.

De tools en methoden die we presenteerden, worden altijd samen met anderen ontwikkeld. Een goed voorbeeld is de Library of Indicators. Die werd ontwikkeld aan de TU Delft en door een multidisciplinaire groep onderzoekers in het Europese kennisuitwisselingsproject PACT toegespitst op de energietransitie in havensteden. De tool geeft beslissers een volledig beeld van hoe de energietransitie in havens doorwerkt in de omliggende steden en regio’s, op cultureel, ruimtelijk, ecologisch, bestuurlijk, economisch en sociaal vlak. De vertegenwoordigers van de havenautoriteiten die bij de bijeenkomst aanwezig waren, toonden interesse in de tool.

Marta Pascual zat de bijeenkomst voor en leidde een discussie over de vervolgstappen. One Planet Port stelde voor een Atlantic Flows Observatory op te zetten: een regionale analyse van de waardeketens die door Atlantische havens lopen. Welke stromen leveren de beste lonen en de meest toekomstbestendige banen op, vergeleken met banen in de olie? En wat is hun ecologische impact gemeten over de hele waardeketen? Dat leidde tot een levendige discussie met de havens van Lissabon, Vigo en HAROPA over de beschikbaarheid van gegevens, financiering en de mogelijkheid om lokale pilots te starten. Het Flows Observatory kwam ook terug in het gesprek over energieplanning. Volgens de havenvertegenwoordigers zijn netcongestie en trage investeringen in walstroom (Onshore Power Supply, OPS) grote knelpunten in hun havens. Een Flows Observatory kan helpen de energievraag in havensteden en hun omgeving te ordenen. Dat doet het door maatschappelijke en ecologische baten en kosten tegen elkaar af te wegen, als basis voor de langetermijnplanning met netbeheerders en overheden.

Uit de discussie kwam een duidelijke diagnose naar voren: bij havenbedrijven en in Brussel snakt men naar systemische oplossingen die in verhouding zijn met de omvang en urgentie van de ecologische ontwrichting. Die oplossingen bestaan, en daarom zouden energie en geld niet langer naar schijnoplossingen moeten gaan, maar naar ambitieuze alternatieven.

Nieuws